Info

TENTOONSTELLING

HERVE MARTIJN

3 december tot 31 december "Sans pinceaux, je n’existe pas…”opening door Daan Rau zondag 3 december 15 u 

Fotokabinet Alessandra Ruyten "Impossible project-polaroid"

Deelname Matinees 3 december 11 u tot 18 u

 

Schilderijen in permanentie.


Hervé Martijn creëert beelden die een zekere vervreemding uitstralen en een lichte opwinding teweeg brengen. Solitaire figuren die de aanwezigheid suggereren van een ander. Voelen we ons als kijker een voyeur of juist een betrokken toeschouwer, die een verhaallijn beëindigt die de kunstenaar voor ons heeft uitgezet? 
We bevinden ons midden in een kleine geschiedenis, een geënsceneerde werkelijkheid. Inderdaad, een zekere theatraliteit is het werk niet vreemd. Martijn koppelt een fotografische precizie aan een picturaal avontuur; het plezier van het schilderen loopt hier parallel met de technische perfectie. Het is de vormgeving van de verbeelding die de kunstenaar ons op een geraffineerde manier aanreikt. De diepste lagen  van ons onderbewustzijn lijken hier te worden aangeboord. Wekt Hervé Martijn niet de indruk je in een parallelle droomwereld binnen te leiden? Verrassend, herkenbaar en toch onverwacht? Zijn werk ontstaat uit een psychologische complexiteit, die wordt uitgefilterd en tegelijk ravissante en heel intrigerende beelden tot stand brengt. In zekere zin brengt de kunstenaar een synthese van de eigentijdse moderne figuratie.
Martijn heeft voldoende aan het interieur als vindplaats voor zijn beelden. Deze ‘voyage autour de ma chambre’ is bij hem een reis door een droomwereld die ons via sensuele beelden wordt ontsluierd. Mysterieuze verwijzingen naar verhalen die zich laten raden, omgeven deze beelden als een gevoelsgeladen aura. Toch is het een afgelijnde wereld die hij ons toont, een microklimaat waarin zijn personages evolueren. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Martijn een spel speelt, zijn figuren als een dramaturg regisseert en hen een plaats toebedeelt in zijn beeld, dat zo perfect uitgebalanceerd is als een theaterdecor. Hij ontwikkelt een esthetiek die voortdurend balanceert tussen leven, erotiek en schoonheid.
De kunstenaar omgeeft zijn personages met een verraderlijke stilte. Hij experimenteert met de kwaliteit van het licht via clair-obscur en kleurnuances, maar tegelijk is hij zo trefzeker in zijn beeldvoering. Met zijn onderhuidse sensualiteit wordt Hervé Martijn een overtuigd pleitbezorger van de hedendaagse ‘verhalende’ schilderkunst.

Johan Vancauwenberghe.

Deze schilder is niet aan zijn proefstuk toe. Zijn schilderstijl heeft doorheen de laatste decennia een hele ontwikkeling doorgemaakt. In de jaren negentig werkte hij graag op houten panelen met plakken, schuren, frotteren, kerven, wegsnijden. Het was een gevecht met de materie, met als resultaat een verweerde textuur vol fresco-allures. Niettemin staat de menselijke figuur centraal.
In 2008 lees ik dan in een tentoonstellingsbrochure: “Ik zou mijn techniek omschrijven als een soort organische schilderkunst. (…) Daarbij wordt het doek soms plat gelegd, gekanteld in diverse richtingen, beneveld, afgespoeld, enz... “ Achter een regen van afdruipende verf duiken schimmige figuraties op. Zijn oeuvre is doorheen dit schilderkunstig experimenteren én doorheen een dialoog met het statuut van de schilderkunst als discipline, uitgemond in een idiomatisch palet. Want er waait een even koppig als consequent motief doorheen dit picturale oeuvre. Ik zou het durven noemen: een schilder en zijn model. Maar het model valt hier niet noodzakelijk te verstaan als een levend persoon van vlees en bloed dat voor hem in het atelier poseert. Hoewel hij vaak vertrekt van zelfgenomen foto's , vertaalt hij dit beeldmateriaal plastisch naar een poëtische verstilling toe. Zijn penseel zoekt naar een representatie van de intimiteit die schuilgaat achter (voornamelijk) vrouwelijke sensualiteit. Dit levert een bijzonder vocabularium van diepe emoties op: kwetsbaarheid,tristesse,weemoed,beklemming, onrust, passie. Het is een verkenning van de feminiene binnenwereld, vandaar de treffende titel Introspection' van zijn huidige expositie.
In het werk 'Little bird born in a cage thought flying was an illness (een variatie op een quote van de filmregisseur Alejandro Jodorowsky) heeft de toeschouwer het raden naar wat de vrouwenfiguur werd aangedaan of wat ze zichzelf aandeed: het half ontklede, frêle, breekbare, voorovergebogen lijf van een jong meisje vertoont een snijwonde. Met de rug afgekeerd, verdwijnt ze in een ijle leegte. De onafgewerkte, transparante strook onderaan lijkt zich als een rookgordijn naar boven te bewegen. Dit versterkt het enigmatische aura. Moet immers kunst niet voor alles het raadsel vergroten?
Joannes Késenne. febr 2014

 

The ART couch . 19 febr 2017 Hervé Martijn Moeder waarom maken wij kunst? Het is een vraag van filosofische en existentialistische aard die heel wat kunstenaars zichzelf stellen. Deze overpeinzing vormt dan ook de kern van een reeks nieuwe werken van Hervé Martijn. In zijn zelf-reflexieve vraag naar de aard en de oorsprong van het kunstenaarschap liet Hervé Martijn zich inspireren door twee andere kunstenaars: Francisco de Zurbarán en Louise Bourgeois. Zurbarán, een Spaanse kunstenaar uit de 17e eeuw, die vooral Heiligen en geestelijken schilderde. Ook monniken in pij maken deel uit van zijn oeuvre. In de nieuwe werken van Martijn vinden we anonieme figuren, ontdaan van een aangezicht,met witte kapmantel, die sterk lijken op monniken. Deze symboliseren de kunstenaar. De kapmantels stellen op hun beurt de mantel der kunst voor. Op die manier ontstaat er een zowel een visueel als metaforisch verband tussen de geestelijke en de kunstenaar. Niet te verwonderen want het kunstenaarschap is inderdaad een roeping. Ik geloof dat kunstenaars veel gemeenschappelijk hebben met religieuzen. Net als een geestelijke is de kunstenaar een soort van uitverkorene, ingewijd in een mysterie, maar hij is vooral contemplatief. Vandaar ook volgend citaat dat we op een van de werken terugvinden: “L’art c’est l’acceptation de la solitude” Martijn thematiseert de eenzaamheid van de kunstenaar en toont de schilder als een kluizenaar, onbegrepen en op zichzelf aangewezen, die zijn heil zoekt in de kunst. De werken van Hervé Martijn zijn op zich al bijzonder poëtisch. Dat aspect wordt versterkt door subtiele opschriften die op de rand van het doek zijn aangebracht. Het zijn fragmenten uit het dagboek van Louise Bourgeois; poëtische en filosofische reflecties over wat het betekent om een kunstenaar te zijn: “La chenille sort la soie de sa bouche, construit son cocon et meurt quand il est terminé. Le cocon a épuisé l’animal. Je suis le cocon. Je suis mon oeuvre. Je n’ai pas de moi.” De kunstenaar wordt hier vergeleken met een rups die zichzelf voorziet van een zelfgesponnen, beschermende cocon. In die zin kan het maken van kunst ook als een vorm van escapisme gezien worden. Tijdens het schilderen wordt eveneens een geheel eigen universum geschapen, waarin de schilder zich kan verschansen en afschermen van de buitenwereld en de harde realiteit. Het maken van kunst is niet enkel een scheppingsproces, het is ook een vorm van zelfbescherming. Kleinere schilderijen treden in dialoog met de ‘portretten’ en vormen er een complementair geheel mee. Daarop is te zien hoe mannen met witte labojassen zeulen met schilderijen – miniatuur versies van de grotere uitgestalde werken – of met lege kaders. Martijn representeert hier het moment waarop de galeriehouder het werk komt ophalen. De creaties worden losgerukt van hun geestelijke vader en zullen hun eigen leven leiden. Anderzijds gaat het hier ook over een zwaarder beladen bezorgdheid: wat zal er gebeuren wanneer de kunstenaar uiteindelijk zijn aardse leven inruilt voor een andere wereld? Hoe zullen zijn werken worden bewaard en verzorgd? Door wie en voor hoe lang zal de kunstenaar worden herdacht? Het is een preoccupatie waar niet enkel kunstenaars mee kampen, maar waar elk menselijk wezen intrinsiek voeling mee heeft. De beelden en weergegeven emoties komen voort uit introspectief onderzoek van de kunstenaar, zoals we het van Martijn gewoon zijn. Innerlijke smart en mentale perturbatie vormen nog steeds de kern. Daar waar in zijn eerdere werken de kwetsuren vaak letterlijk werden weergegeven door schaafwonden, bekraste lichamen en bloed, wordt de pijn nu nog meer gecultiveerd. Kwetsuren worden nu verhuld door kleding. Hierdoor krijgt de psychische weerklank de bovenhand. Het gaat over onuitgesproken, onderdrukte gevoelens en verlangens waar in de hedendaagse maatschappij nog steeds een groot stigma op rust: psychische onrust, angst, neerslachtigheid en de daarmee gepaard gaande isolatie van de buitenwereld. De figuren geven de indruk Einzelgangers te zijn, poètes maudits. Ze sluiten zich vrijwillig af van de ‘realiteit’ die hen omgeeft met behulp van hun figuurlijke mantel en bevinden zich in hun eigen wereldje, een heel eigen geconstrueerde kosmos. Martijn weet de toeschouwer zoals steeds eindeloos te capteren. Het aanschouwen van zijn werken brengt een haast meditatieve en onvermijdelijk zelf beschouwende toestand teweeg. Daarenboven ademen ze een enorme gelatenheid uit. Sterk hoe de schilder zulke tegenstrijdige emoties in een en hetzelfde schilderij weet te verenigen. OHNE TITEL/EEN PIJNLIJKE SCHOONHEID 6 september 2016 Atelierbezoek Wouter Verbeke Geschaafde knieën en snijwonden, rode stigma’s in kruisvorm, ooglappen en blinddoeken: de uit de werkelijkheid gerukte en geënsceneerde figuren die keer op keer in de werken van Hervé Martijn opduiken, lijken wel onbereikbaar en toch zo dichtbij. Ze keren ons onvrijwillig de rug toe en boezemen angst in door hun ‘zijn’ op zich, door wat ze ons tonen. Zijn schilderijen ademen een waas van mysterie uit. Het zijn intimistische scènes die een golf van melancholie ontketenen. Het werk van Hervé Martijn evolueerde van een lyrische abstractie naar zuiver figuratieve beelden. Daar waar eerst silhouetachtige schaduwen in ontastbare ruimtes te zien waren, begonnen stilaan eenzame, afgezonderde, virtuoos geschilderde figuren op te doemen. Tijdens deze evolutie wist hij steeds diezelfde kenmerkende subtiliteit, ingetogen sfeer te behouden. Aan enige zin voor absurditeit ontbreekt het de schilder evenmin. De aandacht van het publiek wordt steeds getrokken door een element dat op het eerste gezicht niet in de context lijkt te passen. Martijns werken gaan over kwetsuren, nu eens letterlijk, dan weer metaforisch weergegeven. Een verdere blik legt dikwijls de ware aard van deze ‘kwetsuren’ bloot. Pijn en psychisch lijden zijn een terugkerend thema en zorgen, zonder dramatisch te willen zijn, vaak voor een ongemakkelijke en tegelijkertijd intieme confrontatie met de kijker. Martijn dwingt de ontvanger van het beeld om zijn eigen ziel bloot te geven, zijn diepste emoties naar de oppervlakte te laten komen. Op die manier weet hij telkens een symbiose van onuitgesproken, opgekropte gevoelens tot uiting te laten komen. Tegelijkertijd word je een soort van gelatenheid gewaar, een eeltlaag door herhaaldelijk mentaal lijden. Geen cynisme of onverschilligheid, maar eerder een soort van sublimatie van dit leed: Amor fati om het met Nietzsche te zeggen. De afgebeelde emoties die voortkomen uit introspectief onderzoek zijn complex en misschien ook wel taboe. Het zijn onuitgesproken, onderdrukte gevoelens waar in de hedendaagse maatschappij nog steeds een groot stigma op rust: psychische onrust, angst, neerslachtigheid en de daarmee gepaard gaande isolatie van de buitenwereld. De schilder creëert hierdoor een zekere hermetische sfeer. De figuren geven vaak de indruk Einzelgangers te zijn, poètes maudits, afgesloten van de ‘realiteit’ die hen omgeeft. Ze bevinden zich in hun eigen wereldje, een heel eigen geconstrueerde kosmos en het is dan ook moeilijk, zo niet onmogelijk, om er een connectie mee te maken. De ‘personages’ laten ons toe hen te contempleren en exposeren hun diepere ‘ik’, maar houden ons desalniettemin op een afstand. De kijker treedt echter onmiddellijk binnen in de nauw afgebakende, ‘verstikkende’ en angstige sfeer van het tafereel. Hij aanschouwt de figuur niet meer, maar wordt hem, er ontstaat een soort van zielsverwantschap. Zo weet Martijn de toeschouwer eindeloos te capteren. Het aanschouwen van zijn werken brengt een haast meditatieve en onvermijdelijk zelf beschouwende toestand teweeg. Martijn is niet enkel een schilder. Zijn schilderijen zijn niet zomaar doeken met lagen verf, maar net als hun titels, die eveneens tot enige reflectie en mijmering aanzetten, pure poëzie. Hij dicht met zijn penseel. De onderdrukte, soms pijnlijke, knagende herinneringen en percepties die als het ware van het doek loskomen, als van de chaise longue bij de psycholoog, zijn in feite de woorden van een gekrenkte dichter. Doorheen zijn eigen innerlijke zoektocht naar een immanente waarheid leert de kunstenaar ons een waardevolle les: Wij, als individu, mogen onze eigen pijn voelen, onze kwetsuren tonen, want in het etaleren van die psychische kwellingen schuilt een schoonheid die de uiterlijke en gratuite pracht en praal van alledag overstijgt. Een vorm van hedendaagse Sehnsucht en ataraxie vinden elkaar in zijn schilderijen en verenigen zich als het ware tot een harmonieuze liaison. 03 juni Atelierbezoek , Frederic De Meyer.part II. " 12 portraits ". : LINK www. theartcouch.be De twaalf portretten die Hervé maakte voor de tentoonstelling in de Faculty Club zijn tegelijk een verderzetting van zijn vroegere werk, als een breuk ermee. De modellen zijn nog steeds op een of andere manier in zichzelf gekeerd, ze kijken omlaag of opzij, vaak sluiten ze de ogen. Maar, opvallend: weg zijn de verwondingen, de pleisters, de blinddoeken. In zekere zin lijken de modellen daardoor bevrijd van hun subtiele lijden. Ook op technisch vlak is Hervé in volle evolutie. Voor deze reeks (her)ontdekte hij het op olie geprepareerde canvas. Die hebben in vergelijking met universele doeken het grote voordeel dat de verf erop kan rusten, in plaats van het doek binnen te dringen. Hierdoor wordt het droogproces een stuk trager, waardoor het gesprek tussen de schilder en het schilderij kan worden verlengd en uitgediept. Het stelt de schilder in staat om door middel van transparante lagen verfijnde lichteffecten te bekomen. De modellen lijken vaak letterlijk in hun omgeving op te gaan. De onscherpe contouren, de poses van de modellen, de grote kleurvlaktes van de kleding en de specifieke gloed die uit het kleurpalet lijkt te spatten verlenen de portretten alleszins een monumentaal effect. Niet op gebied van afmetingen, overigens, zelfs de vier kleinere werken sorteren dit effect. Een fascinerende reeks, en kennelijk de start van een nieuwe richting in het werk van de kunstenaar. The ART couch . Frederic De Meyer. 02 april 2016 . LINK: www.theartcouch.be We schreven onlangs over de kwalijke trend waarbij jonge kunstenaars steeds vroeger worden ‘geplukt’ door de kunstmarkt omwille van een of andere succesvolle formule –of originele gedachte, maar daarna bijna gedwongen worden om deze formule eindeloos te herhalen. De Avelgemse kunstenaar Hervé Martijn vormt een mooi voorbeeld van waarom een kunstenaar zich daar niet aan mag laten vangen. We lieten ons enkele dagen geleden door Martijn rondleiden doorheen de verschillende fases van zijn oeuvre, dat een aantal wendingen heeft gekend. Volg even mee: Het begon een kleine veertig jaar geleden wanneer Martijn op het aannemersbedrijf van zijn grootvader gevonden materialen (onder meer platte Pottelbergse dakpannen) gebruikte, ze met verschillende lagen materie bedekte, om dan in die lagen zelf zijn nog abstracte beelden te kerven. Een ‘gevecht met de materie’ ging van start, die Martijn gedurende decennia zou blijven voeren. Al snel kwamen figuren uit zijn werk tevoorschijn, die ook andere ondergronden en technieken toebedeeld kregen. Houten panelen die eerst met rode klei worden behandeld, het gebruik van teksten van zijn grootmoeder over een verdronken jongen in de buurt (opgerolde brieven die naast een schilderij van de dode jongen zijn gevestigd), nieuwe technieken als houtskool op koper en ijzer in de regen laten oxideren, een soort multi-dimensionele wassen indruk nalatend. Materie, toevalligheden, lagen toevoegen en wegschrapen, dat is alvast wat de ‘vroege’ Martijn typeert. Ook de diptiek en het verschijnen van twee gedaantes in hetzelfde werk, dateren van deze periode. Ze vormen dialogen, zoektochten naar relaties tussen mensen. Simmetrieën, zo belangrijk in het werk van Martijn, maar ook in zijn persoonlijk leven. We schrijven midden jaren 2000 wanneer deze evolutie culmineert in een figuratieve serie waarin de centrale figuren eerst worden afgeschermd en zich er rond een furieuze strijd ontvouwt van soms wel 15 verflagen, ruwe vlakken overwoekerd door ‘drippings’ en het lukraak gooien met verf – een procedé dat veel weg had van ‘action painting’, gezien hij het doek nauwelijks raakte, zo vertelt ons Martijn. Maar het resultaat was uniek! De reeks werd een enorm succes. Galerijen die vanuit Amsterdam en Parijs werken aankochten bij de kunstenaar, raakten na enkele dagen al uitverkocht. De kunstmarkt smeekte om meer. Van hetzelfde. Menig kunstenaar zou, op dit punt gekomen, de reeks eindeloos verderzetten, eventueel met wat futiele variaties ten einde het publiek geïnteresseerd te houden. Niet zo voor Martijn. Na een tijdje (en veel interne strijd) hield hij de reeks voor bekeken, en sloeg hij een nieuwe richting uit. “Schilderkunst heeft weinig met verf te maken”, schreef Martijn in het boek OUNCE.. Visie. Volharding. Durf. Evolutie en onvoorwaardelijke eigenheid. Maar ook zoeken, twijfelen, en heel af en toe vinden… Het zijn begrippen die alleszins als nasmaak achterblijven na ons bezoek aan Martijn. En die begrippen hebben inderdaad niets met verf te maken. Onlangs verscheen bij uitgeverij MER Paper Kunsthalle het boek ‘Ounce’ met een knap overzicht van Hervé Martijn’s werk. Absoluut de moeite! Nog beschikbaar op de webshop van MER, of bij de betere boekhandelaar. Cécile en Rosie . Jan MAES. 25 jan. 2016 . LINK: www.cecile-rosie.com Een smalle doorgang in de strak geschoren haag, leidt mij tot bij de dubbele witte voordeur met zwarte horizontale strepen. In deze – door de Belgische architect Huib Hoste in 1919 ontworpen – woning werkt Hervé Martijn met grote passie verder aan zijn eigen onophoudelijke zoektocht dat schilderen voor hem is. Het huis straalt essentie uit. De trap, een driedimensionale weergave van een Mondriaanse lijnvoering, een kopie van een Rietveld-zetel in een bovenkamer en de typische balkvorm van de Stijl aanwezig in de keukenlamp, brengen kunst tot bij de bezoeker. Een lamp belicht een nog letterlijk olievers schilderij dat zich staande houdt tegen een met olieverf bekladde muur. Een karretje met borstels en aangebroken verftubes liggen binnen handbereik. De geur van terpentijn overheerst. We gaan verder. Iedere kamer van het huis herbergt afgewerkte schilderijen. Hervé gaat me voor naar boven. Hij wil me de kiem van zijn kunstenaar-zijn tonen. Referentiewerken van vroeger. Fossielen van zijn DNA, zijn persoonlijke zoektocht die begon bij beschilderde dakpannen van zijn grootvader en oude brieven van zijn grootmoeder. Zijn vroegere werk ligt dichter bij conceptuele kunst dan zijn huidig werk dat ontegensprekelijk gelijkenissen vertoont met het oeuvre van Gerard Richter en Michaël Borremans. Toch is Hervé allesbehalve een na-schilder. Hij is authentiek en gaat zijn eigen weg, met belangrijke ankerpunten zoals de grotere organische werken, de roestschilderijen waar de figuratie het resultaat is van een goed gemanipuleerd oxidatieproces tot het sterk autobiografisch werk zoals het schilderij ‘Weakness of my picture’ uit 2007 waar de kunstenaar verwijst naar de laatste autorit van zijn verongelukte vader en het bezoek als kind aan Aviflora waar hij de roze vogels kon bewonderen. Schilderen is voor Martijn onophoudelijk, moeilijk, verrassend. Een lange rit zonder eindstation, maar met soms prachtige en aangrijpende tussenstops. Het werk van Martijn kenmerkt zich door de vraagstelling, het duale, het zoeken naar de innerlijke identiteit van zijn geschilderde figuren. Hij noemt zichzelf een zoeker. Een gepassioneerde vorser die in het schilderen zowel ontlading als verslaving vindt. In deze dualiteit schuilt zowel het métier als de vrees van het niet kunnen bereiken van de gestelde doelstelling. De figuren zijn op het eerste zicht aantrekkelijk, maar krijgen bij dieper onderzoek veelal een ander (beladen) karakter met zich mee. ‘Le magasin du savoir;féminin’ uit 2012 past in een reeks waar de schilder op onderzoek gaat naar de feitelijke werkelijkheid van een beeld en de zintuigelijke verruiming door de beperktheid van het kijken. Het schilderij ‘A discernible marker of what has been’ uit 2012 stelt een man voor op de rug. Hij heeft zich afgewend van de toeschouwer, het gezicht verborgen, zijn kleren ogen onafgewerkt. De figuur refereert naar een pianospeler van een inkomsthal van een groot Amsterdams hotel. Zijn recital vervliegt in het niets. Hij speelt alleen voor zichzelf en zijn boodschap gaat verloren door desinteresse van de haastige hotelgasten. Vaak zijn de afgebeelde figuren niet de mensen die ze werkelijk lijken te zijn. Ze zijn gekwetst en dragen soms amper de waarneembare littekens van het leven mee. De pianospeler draagt geen chique kostuum, maar een onafgewerkt, door het leven getekend kledingstuk. Ik stel me na het bezoek de vraag wat de drijfveer van Martijn zou kunnen zijn. Is het de onvoorwaardelijke liefde en interesse voor de schilderkunst of de zoektocht naar de dualiteit van het menselijk zijn? Het streven naar totale controle van verf en canvas? Het beheersen van het menselijk brein en het authentieke vertalen van deze gedachten in het visueel aanschouwelijke? Zoals de Vlaamse primitieven het hem vakkundig zovele eeuwen geleden voordeden. Martijn ademt schilderkunst. Een dag zonder penseel is voor hem een dag zonder zonlicht. Misschien schuilt in zijn werk ook een stukje van dat innerlijke lijden. Die duale vraag waar iedere kunstenaar mee worstelt, hoe groot hij ook zelf of zijn oeuvre met hem moge zijn. Het lijden in de werken van Hervé is altijd ingetogen, nauwelijks waarneembaar, beschamend en soms zelfs sensueel. Schilderijen hoeven niet noodzakelijk begrepen te worden. Misschien is het beter als we ze niet volledig kunnen begrijpen, laat staan doorgronden. De grote meester Picasso had het over de twee jaar dat een mens nodig heeft om te kunnen spreken en vervolgens de volledige levensloop om opnieuw te kunnen zwijgen. Verwondering blijft het best binnensmonds. Kijken, zelf vragen stellen, zoeken en ontroerd worden door dat beeld dat je met meer vragen dan antwoorden bela

 

Selectie recente tentoonstelingen

 

2017
 
AN INTIMATE EYE Collectie Swagemakers . Centraal Museum Utrecht BAD Belgium Art and Design ICC Gent. Kwetsbare portretten. ART-Singel-100. Amsterdam RAI Amsterdam FOCUS BELGIUM : Galerie WILMS Venlo.
 
2016
 
Faculty club : Leuven ART THE HAGUE Den Haag PAN Amsterdam Galerie Dessers Leuven
 
2015
 
Artfair Realisme. Amsterdam ‘The Male Figure’. Maison de maitre . Brussels "De mythe in mij" Groepstentoonstelling . Tielrode ARTURE Curator Sven Vanderstichelen. Ressegem OUNCE Galerie Dessers Leuven Art THE HAGUE :. Den Haag. "Schone kunsten" CACAOFABRIEK Helmond

Deelname  tentoonstelling mei "De mythe in mij" Tielrode

Uitgave boek i.s.m. MER- Paper Kunsthalle  tekst Sven Vanderstichelen " Ounce" Hervé Martijn

2014
Realism Artfair Passenger Terminal Amsterdam
Introspection . Solopresentatie Galerie Paul Wilms Venlo
“La solitude dans la jouissance” Groepsexpo. S & H De Buck Gent
Facultyclub ism Navelstrengbloedbank K.U.Leuven
Over klein geluk en tijden van overvloed. Kunstenfestival Watou
Art The Hague . Met galerie Paul Wilms . Artfair DenHaag.

2013
Art at the warehouse Rotterdam
Intospection. Galerie Paul Wilms Venlo
KunstRAI Amsterdam
Art The Hague Den Haag
Birds born in a cage think flying is an illness.  Galerie Dessers Leuven

2012
Autoportraits . Galerie Rasson Art Tournai
Facultyfair  K.U.Leuven
B-ART Gent
Artfair REALISME Amsterdam

2011
Mutatis mutandis.  Galerie Art SINGEL100  Amsterdam 
Galerie Claudine Legrand Paris
Poêmes a voir. Galerie Dessers Hasselt 

2010
Galerie Raison d'Art Lille, Oeuvres récentes
Facultyfair  K.U.Leuven

2009
ART SINGEL 100 Amsterdam
Open artfair Utrecht

2008
Galerie Anderwereld Groningen
Pictorial narcism. Galerie Claudine Legrand  Paris
Open Artfair. Utrecht
Twee vlaggen één code. Hannemamuseum Harlingen


Deze schilder is niet aan zijn proefstuk toe. Zijn schilderstijl heeft doorheen de laatste decennia een hele ontwikkeling doorgemaakt. In de jaren negentig werkte hij graag op houten panelen met plakken, schuren, frotteren, kerven, wegsnijden. Het was een gevecht met de materie, met als resultaat een verweerde textuur vol fresco-allures. Niettemin staat de menselijke figuur centraal.
In 2008 lees ik dan in een tentoonstellingsbrochure: “Ik zou mijn techniek omschrijven als een soort organische schilderkunst. (…) Daarbij wordt het doek soms plat gelegd, gekanteld in diverse richtingen, beneveld, afgespoeld, enz... “ Achter een regen van afdruipende verf duiken schimmige figuraties op. Zijn oeuvre is doorheen dit schilderkunstig experimenteren én doorheen een dialoog met het statuut van de schilderkunst als discipline, uitgemond in een idiomatisch palet. Want er waait een even koppig als consequent motief doorheen dit picturale oeuvre. Ik zou het durven noemen: een schilder en zijn model. Maar het model valt hier niet noodzakelijk te verstaan als een levend persoon van vlees en bloed dat voor hem in het atelier poseert. Hoewel hij vaak vertrekt van zelfgenomen foto's , vertaalt hij dit beeldmateriaal plastisch naar een poëtische verstilling toe. Zijn penseel zoekt naar een representatie van de intimiteit die schuilgaat achter (voornamelijk) vrouwelijke sensualiteit. Dit levert een bijzonder vocabularium van diepe emoties op: kwetsbaarheid,tristesse,weemoed,beklemming, onrust, passie. Het is een verkenning van de feminiene binnenwereld, vandaar de treffende titel Introspection' van zijn huidige expositie.
In het werk 'Little bird born in a cage thought flying was an illness (een variatie op een quote van de filmregisseur Alejandro Jodorowsky) heeft de toeschouwer het raden naar wat de vrouwenfiguur werd aangedaan of wat ze zichzelf aandeed: het half ontklede, frêle, breekbare, voorovergebogen lijf van een jong meisje vertoont een snijwonde. Met de rug afgekeerd, verdwijnt ze in een ijle leegte. De onafgewerkte, transparante strook onderaan lijkt zich als een rookgordijn naar boven te bewegen. Dit versterkt het enigmatische aura. Moet immers kunst niet voor alles het raadsel vergroten?
Joannes Késenne. febr 2014

 


 

 

 


 

HERVE MARTIJN

image

Contact:

Artgalerie S&H De Buck
Hermine De Groeve
Zuidstationstraat 25 | 9000 Gent | Belgium
+32 (0)9 225 10 81 | sdebuck@skynet.be

Opening hours:

from 15h - 18h.
and on appointment
closed:
sundays, mondays & tuesdays

Permanent :

Hedendaagse juwelen en zilveren ontwerpen
van de hand van Siegfried De Buck

» www.siegfrieddebuck.be