Info

IN PERMANENTIE:   JOHAN CLARYSSE

 

Komende tentoonstelling : "Les charmes discrets du pouvoir" 25 november 2016 tot 6 januari 2017( januari enkel op afspraak)

Opening op vrijdag 25 november 20 u door Joannes Késenne (Dr. Kunstpsychologie)

Deelname Matinees:zondag 4 december 11u tot 18 u

 

Tekst Christine Vuegen -Collect november 2016 pag. 16 "Macht is iets eigenaardigs. Sommige kicken erop, sommigen gruwen ervan en er is geen ontsnappen aan. Zodra mensen bij elkaar zijn, steekt het al de kop op. Nieuwe schilderijen van de Brugse kunstenaar Johan Clarysse verkennen er alle hoeken van. Meer nog: ze laten ons kennis maken met "Les charmes discrets du pouvoir". Deze titel, een knipoog naar de film van Bunuel over de Bourgoisie, doet reeds een kritisch kantje vermoeden. Het thema dook eerder op in reeksen omtrent politieke en religieuze ideologieën, waar mensen zich mee identificeren en zichzelf in verliezen. Nu voel je hoe dubbelzinnig het begrip "macht" is in schilderijen van een kussend koppel, een onderuitgezakte man met een dominante blik of twee musicerende Hitler-jugend-achtige kinderen. Altijd heel suggestief. En het gaat tevens over de schilderkunst zelf. De macht van beelden, daar valt ook aan te denken." Uit de catalogus Kunstenfestival Watou 2016 “ ...Clarysse drukt uit, onderzoekt, stelt vragen. Hij ontwerpt daartoe verstilde beelden. Zijn schilderijen willen ‘op een heldere manier raadselachtig zijn’. Ze trekken aan en verwarren, ze onthullen en verhullen, ze dissecteren een beeld en zetten het terzelfdertijd kracht bij. Zo ontstaat een intrigerend oeuvre vol dubbele bodems en verwijzingen dat zowel speels als ernstig is, zowel helder als dubbelzinnig, emotioneel ingetogen als intens. Curator Stef Van Bellingen omschreef z'n schilderijen ooit als 'een zuigende stilte in de beeldenstroom' waarmee we dagelijks gebombardeerd worden. De ambiguïteit van onze menselijke drijfveren en verlangens én de thema's identiteit en macht die ermee samenhangen, zijn terugkerende thema's in zijn werk. Of het nu gaat om Japanse erotische gravures, film-stils, processiebeelden portretten van filosofen of psychiatrische patiënten. Telkens eigent de schilder zich een beeld op een zodanige wijze toe dat het zijn oorspronkelijke vanzelfsprekendheid verliest. Een onmiddellijke, naïeve identificatie met wat je ziet wordt onmogelijk. Schilderen is voor Clarysse een manier om greep te krijgen op de wereld en op zichzelf, op datgene wat ons ook ergens altijd ontsnapt. Maar evenzeer is het een nooit ophoudende odyssee, een odyssee waarbij hij het statuut van het beeld en het medium schilderkunst onderzoekt en waarbij allerlei picturale spanningsvelden de innerlijke dynamiek van elk schilderij sturen en bepalen...”
 
Deelname Johan Clarysse aan NO COMMENT, een project van het artistiek collectief P.R.E.S.T.I.G.E.. In: 18de eeuws salon, St. Katelijnestraat 26 en Studio F, Vlaanderenstraat 119 te Gent. Curator: Nicoline Van der Stapele. Van do 17 november tot 18 december. Met werk van o.a Kristof van Heeschvelde, Elly Strik, Rudy Bogaerts, Nicoline van de Stapele, Wim de Maat, Mira Albrecht, Laure Forêt....
 
Deelname Johan Clarysse aan De Generaties, Elias et ses compagnons de route-80 artistes , De Markten, Oude Graanmarkt 5 te Brussel. Curator: Willem Elias en Sven Vanderstichelen, van 10 november 2016 tot 11 december 2016

 

 

Deelname tentoonstelling "SENTIMOS - Portretten en Landschappen " met 18 kunstenaars zie layout van 2 september tot 9 oktober 2016

                                                                                                    

JOHAN CLARYSSE

Individuele tentoonstellingen (vanaf 1996)

    1996  Kunsthuis Loosveldt, Oostende (cat)
    1997  Lentebeelden, De Slijperij, Geel (cat)
    1998  Galerij Mare Terra Artes, Eeklo
    1999  Laureaat Dirk Boutsprijs, SASK Leuven
               Home is where the heart is, Galerie Anderwereld/Katuin, Groningen (cat)
               Europa Artline 1999, Borken (Dtsl.) (cat)
    2000  Inside/outside, Kunsthuis Loosveldt, Oostende (cat)
      Ateliers de Belleville,  Les 3 Arts, Paris
    2001  Le combat cessa faute de combattants, Galerie S&H Debuck, Gent
    2002  Octopus Brugge 2002, Slangparcours, kelder St. Jansplein Brugge (cat)
               Foyer Culturel de Péruwelz ( met Jeroen Daled)
               Dag van de Kunstuitleen, Provinciaal Centrum, Leuven
    2003  Geluk en genot, De Factorij, HIG Schaarbeek-Brussel
              ‘Ceci n’est pas de la tristesse’, Galerie S&H Debuck, Gent (cat)
    2004  Alle Lust will Ewigkeit, CC De Spil, Roeselare
               Alle Lust will Ewigkeit II, galerie Utopia, Damme
    2005  Handelingen, Mercatorgalerie, Antwerpen
               Beeldspelingen/jeu d’images, CIAP, Hasselt (met B. Kaizman)
               Belgium ’s calling, Lineart Gent (cat)
    2006 Are shadow and substance identical?, Galerie S&H Debuck, Gent
    2007 Why October? & other questions, Galerie S&H. Debuck, Gent
    2008 Divas (don’t) die, Kasteel van Gaasbeek, Lennik

    2009 Why oedipal? Galerie S&H De Buck Gent
              Is evil of great importance to the good? Galerie 't Zwart Huis,Knokke
              Albus Lux Gallery  Roosendaal NL

    2010 "Change is coming" Galerie S&H De Buck
                Ververs Gallery Amsterdam NL

    2011  Cyprus Galerie Leuven

    2012  Komende tentoonstelling  Galerie S&H De Buck

Groepstentoonstellingen  in  Herman Teirlinckhuis (Beersel), Museum voor Schone Kunsten Oostende, De Bond (Brugge), Museum voor Schone Kunsten Gent, De Brakke Grond (Amsterdam),  Museum van Deinze en de Leiestreek, De Markten (Brussel), de Boekentoren (Gent), MCAF (Peking),"Sculls ,Cultuurstad Oostende 2010"skeletons and bones" tentoonstelling?Vlaggenproject Mu.Zee Oostende 2010,

"Uit het geheugen.Over weten en vergeten"2010 Museum Dr. Guislain Gent....       
 

Monografie 2007 :

JOHAN CLARYSSE : Why October ? & other questions?
Uitgeverij Ludion (tekstbijdragen van Marc Ruyters, Stef Van Bellingen en prof .F. Geerardyn)
Vormgeving : Luc Derycke (MER)

Studeerde plastische kunsten te Leuven en te Brugge na z’n studies Filosofie aan de KUL. Was laureaat van onder meer de Anto Diez-Prijs en de Dirk Boutsprijs. Diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
 


 

Beeldend kunstenaar Johan Clarysse
Vijf ontkenningen over een schilder

Dames en Heren,
Woorden schieten tekort, of soms te ver, om kunstwerken te duiden. In het beste geval slagen we erin om het wezenlijke met metaforen, beschrijvingen en verwijzingen te omsingelen en af te tasten. Vasthouden lukt niet, de ziel van het werk ontglipt altijd weer.
Een makkelijker manier om een kunstwerk of een oeuvre te karakteriseren, is zeggen wat er niet op van toepassing is. Sta me toe me vanavond van deze strategie van eliminatie en ontkenning te bedienen om de werken die hier aan de muur hangen te duiden. Met vijf negaties probeer ik nader tot de Vlaamse schilder Johan Clarysse (1957) te komen.

Eerste ontkenning
Een schilder die wijsbegeerte heeft gestudeerd loopt het risico dat zijn oeuvre als een filosofisch discours wordt gelezen. Zeker als hij op zijn doeken woord en beeld tegen elkaar uitspeelt, waardoor ze de aanschijn krijgen van semantische raadsels. Toch gebruikt Johan Clarysse zijn penselen niet om een filosofisch betoog te houden. Zijn studie filosofie heeft ongetwijfeld een stempel gedrukt op de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwt. Maar uiteindelijk is het, zo zegt hij zelf, maar een van de vele elementen van zijn persoonlijke geschiedenis. Minstens even belangrijk is de liefde die hij op jonge leeftijd heeft opgevat voor de filmklassiekers van Hitchcock, Bergman, Fassbinder of de Chinese cineast Wong Kar-Wai. (Voor wie de laatste naam niet meteen kan plaatsen: Wong Kar-Wai kreeg tien jaar geleden als eerste Chinees de onderscheiding voor beste regisseur op het  filmfestival van Cannes.)

Voorts zijn er in het leven van Clarysse nog meer gebeurtenissen die, zoals bij ieder mens, indrukken hebben achter gelaten en mee de weg bepalen die hij als kunstenaar opgaat. Ook zijn halftijds werk als psycholoog bij Tele-onthaal in zijn woonplaats Brugge voedt hem onrechtstreeks als kunstenaar.

Tweede ontkenning
Het oorspronkelijk beeld dat Johan Clarysse als uitgangspunt neemt voor zijn schilderijen is niet heilig. Hoewel hij op het eerste gezicht vlak en dun schildert, krijgt het proces van het schilderen, met al zijn grilligheden, toch zijn volle rechten. De schilder laat ruimte voor het toeval. Een dripping wordt niet automatisch weggewerkt en mag soms in het eindresultaat meespelen. En als Clarysse een vlak moet overschilderen, laat hij vaak nog wat van de onderliggende partij doorschemeren. Schilderen is dus niet gedachteloos kopiëren; al doende neemt de schilder voortdurend intuïtieve beslissingen. Hij interpreteert, manipuleert, laat dingen weg, zet een schaduw wat sterker aan, verandert de kadrering, ....
Clarysse houdt ook van schilderen omdat het een fysieke handeling is met zijn eigen motoriek. De penseelvoering bepaalt mee het eindresultaat. Clarysse schildert in tonen, meestal bruine en grijze tinten. Op die manier creëert hij een zekere afstandelijkheid. Een bonte, neo-expressionistische schilderswijze zou in combinatie met de emotionele intensiteit van zijn beelden tot een over-statement leiden. Door vreemde tekstfragmenten over het beeld te plaatsen wordt de afstandelijkheid extra benadrukt en gaat ze vaak over in een gevoel van vervreemding.

Derde ontkenning:
Johan Clarysse is Francis Bacon niet. De Ierse kunstenaar schilderde zijn geliefde mannen alsof hij ze aan stukken wilde scheuren. Ook zijn zelfportretten zijn gekweld en hebben een sadomasochistische inslag. Zijn atelier, dat gereconstrueerd is in het museum in Dublin, zit door de driftige schilderwijze van de kunstenaar helemaal onder de kledders verf.
Dat is niet het geval in het atelier van Clarysse, die zijn schilderijen veeleer bedachtzaam opbouwt. De mensen die hij afbeeldt, treden ons - uiterlijk toch – ongeschonden tegemoet. Maar toch. Bacon zei dat hij niet abstract wilde schilderen omdat hij dan de wreedheid niet kon weergeven. Clarysse volgt hem daarin, zo blijkt uit de ontwikkeling van zijn oeuvre. Toen hij omstreeks 1993 voor het eerst met zijn werk naar buitenkwam, schilderde Clarysse abstract, op de grens met de figuratie. Omstreeks 1996 doken de eerste woord-beeldschilderijen op. De kunstenaar wilde in die periode iets aanvangen met de prangende ervaring na een bezoek aan het concentratiekamp Dachau nabij München. Clarysse kwam tot de conclusie dat Bacon gelijk had: wreedheid kun je in een abstracte beeldtaal niet tot uitdrukking brengen.
Clarysse overschilderde archieffoto’s van het kamp met glacis zodat ze verzonken kwamen te liggen. Tegen deze achtergrond beeldde hij een teddybeer en andere voorwerpen af die geborgenheid symboliseren.
Na de Dachau-reeks volgde de reeks Lentebeelden die gebaseerd was op Japanse erotische prenten of Shunga (shunga betekent lente en is in Japan een eufemisme voor seks). Pas met de reeks Inside-Outside van eind de jaren negentig doken de filmstills op met acteurs die op een expressieve manier emotie tonen. Daartegenover plaatste Clarysse aanvankelijk monochrome vlakken en later woorden en one-liners. In latere werken zijn behalve filmbeelden ook beelden uit magazines en eigen foto’s het uitgangspunt voor schilderijen.

Vierde ontkenning:
Johan Clarysse is Edward Hopper niet. Maar toch. Sommige werken van Clarysse baden in de vervreemdende, desolate sfeer die zo eigen is aan Hopper. Net als Hopper creëert Clarysse narratieve beelden die om invulling door de kijker smeken. Het schilderij is een resonantieruimte die de kijker uitnodigt om het verhaalfragment aan te vullen. Wat is er aan voorafgegaan, hoe zijn de relaties tussen de personages? vraagt de kijker zich af. In het schilderij siddert iets na van wat gebeurd is maar niet wordt getoond.
Tussen haakjes: hebt u er al opgelet dat Hopper meestal geen vensterglas schildert. In zijn ramen zit meestal geen glas, hij laat ons zo naar binnen kijken. Ook de verhoudingen van zijn figuren zijn niet altijd correct, maar daarom is hij nog geen slechte schilder. Wel integendeel, hij is een grote meester. Of zoals de toenmalige paus van de kunstkritiek, Clement Greenberg, het in 1946 formuleerde: ‘Hopper simply happens to be a bad painter. But if he were a better painter, he would, most likely, not be so superior an artist.’
Ook Clarysse streeft niet de ultieme illusie van het realisme na, het is niet zijn eerste zorg om zijn beelden net echt te laten lijken. In plaats van op de virtuoze weergave concentreert hij zich op een suggestief tafereel dat de verbeelding in werking zet.

Vijfde ontkenning
De beelden met woorden op de doeken van Johan Clarysse zijn geen reclameboodschap. Maar toch. Clarysse gebruikt sterke, directe beelden uit films en foto’s uit andere media die de aandacht trekken door de emotie die ze uitdrukken of suggereren. Net als in de reclame dus. Hij combineert ze met zorgvuldig over het beeld geplaatste woorden zodat een spanningsveld ontstaat. Anders dan in de reclame en bij affiches zijn beeld en woord bij hem niet complementair. De woorden verduidelijken niet, integendeel ze zaaien verwarring door hun weerbarstige, moeilijk te plaatsen relatie met het beeld. Het beeld dat  op het eerste gezicht van een banale helderheid is, wordt in combinatie met de woorden complexer en gelaagder en roept bij de kijker de drang op om verbanden te zoeken.
De kunstenaar gebruikt de strategieën uit de reclamewereld dus op een oneigenlijke manier. Zijn boodschap is onduidelijk en laat de kijker zelfs vaak beduusd achter. Dat kwam ook duidelijk tot uiting in een afficheproject in Roeselare. In volle verkiezingstijd verspreidde hij een duizendtal affiches van het (geschilderde) hoofd van een schreeuwende jongeman en van een al even woedende jonge vrouw. Over het gezicht van de man stonden de letters ‘Joh.7’ gedrukt en over het  vrouwengezicht ‘Matt.5’.
Recente schilderijen dragen een ander woord met een bijbelse connotatie: ‘Handelingen’. Bij de reeks ‘Alle Lust will Ewigkeit’ zijn het zinnetjes, zoals de bedrieglijk eenvoudige ‘Lastige Vragen’ uit het dagboek van Max Frisch. In een uitzonderlijk geval staat een fragment van een songtekst van Frank Zappa cursief over het beeld geschreven.
Naar een sleutel om deze enigmatische beeld-woordschilderijen te ontsluiten, kan men lang zoeken. Er is niet één mogelijke interpretatie. Het terrein ligt open voor de beschouwer.

Eric Bracke (Schrijft in De Standaard)

 


 

Het Ene en het Andere
MARC RUYTERS, 2007(Dir.H'Art)

‘Is evil of great importance to the good?’, zo luidt een tekst op een van de schilderijen van Johan Clarysse: het kan gerust omschreven worden als een sleutelzin in zijn oeuvre. Niet dat Clarysse enige moralistische intenties moeten toegedicht worden (al is zijn opleiding als filosoof onmiskenbaar belangrijk binnen zijn werk), maar de kunstenaar plaatst graag, en misschien wel met een onmiskenbare obsessie, dingen en begrippen tegenover elkaar. Goed versus kwaad dus, maar ook figuratie versus monochromie (zeker in zijn vroeger werk), beeld versus tekst, film versus schilderij, montage versus still, kleur versus zwartwit enzovoorts. Het gaat daarbij natuurlijk over veel meer dan een ‘tegenover elkaar plaatsen’ of een juxtapositie, het gaat over het in elkaar haken, elkaar wederzijds beïnvloeden, aantrekken, afstoten, ja zelfs elkaar opheffen. Natuurlijk is ‘het kwade’ van groot belang voor ‘het goede’, want zonder het ene zouden we het andere niet kennen. Dat is het fundamentele in het werk van Johan Clarysse: het Ene en Ware bestaat niet, er is altijd ook het Andere, dat net zo goed het Ware kan zijn.

Clarysse stelt graag vragen over ‘het statuut van het beeld’: wat is de betekenis van een beeld, wat doet het met de kijker? En wat doet de kijker met het beeld? Of wat doet de kunstenaar met het beeld en vice versa? En waar ontmoeten de blik van de kunstenaar en die van de kijker elkaar, als ze elkaar al ontmoeten? Kortom: wat doet het Ene met het Andere? Het is die vraag die hij tekenend en schilderend onderzoekt en waarop nooit een definitief antwoord komt. Elke tekening, elk doek is één welbepaald antwoord, vanuit een bepaalde gedachtesprong of gezichtshoek, men zou toepasselijk kunnen zeggen: vanuit een bepaald camerastandpunt, dat bij de volgende scène weer helemaal anders zal zijn.

Enkele jaren terug zette Johan Clarysse een afficheproject op in het Roeselaarse stadsbeeld. Het geschilderde hoofd van een woedende jongeman en dat van een woedende jonge vrouw werden afgedrukt op een duizendtal affiches die overal verspreid werden, soms samen, vaak apart. Het leek op een verkiezings- of een reclamecampagne, maar dan met een storend, ongemakkelijk beeld van twee boze jongelui. Over hun gezicht werd ook nog eens ‘Joh.7’ (de man) en ‘Matt. 5’ (de vrouw) geschilderd, een verwijzing naar Bijbellezen. Maar het zouden net zo goed nietszeggende slogans kunnen zijn, want Clarysse gebruikte dezelfde beeldstrategieën als de reclamewereld, om die tegelijk te doorprikken. Reclame als glijmiddel, een schilderij als een weerbarstig beeld.
Iets gelijkaardigs zie je in het kunstproject ‘art d’O’. In een notelaar hangen een honderdtal foto’s van acht jongeren; zon, regen en wind hebben vrij spel. Op elke foto staat een woord: ofwel verwijst het naar de gemoedstoestand of een karaktereigenschap van de adolescent, zoals ‘angstig’, ‘avontuurlijk’, ‘gemoedelijk’, opgewonden… (de gelaatsuitdrukking komt overigens niet overeen met het woord), ofwel verwijst het naar een medicatie in de psychiatrische sector: anafranil, aurorix, frenatil, xanax… . Het levert een werk vol spanning en associaties op: zijn dit portretten van jongeren met psychische problemen? Of wordt hier net een spel gespeeld tussen beeld en taal? Wil de kunstenaar ons associatievermogen manipuleren? Wie is hier de Ik, wie de Andere?

In de reeks ‘Handelingen’ zet Clarysse dat spel schilderkunstig verder. Hier zien we beelden die uit films afkomstig lijken (wat in vele gevallen zo is), stills met een al dan niet dramatische handeling van de personages, waar dan het woord ‘Handelingen’ over geschilderd is. Welke ‘Handelingen’? Die uit de Bijbel? Het zou kunnen, maar men kan ze niet altijd terugvinden, want vaak staat er slechts één cijfer bij. Het ‘statuut’ van deze beelden is bewust onduidelijk, de kunstenaar laat de interpretatie vrijelijk open, met de wetenschap dat geen enkele interpretatie de enige ware is. Hetzelfde met de schilderijen uit de reeks ‘Alle Lust will Ewigkeit’, waar leesbare zinnen over de beelden heen geschilderd zijn. Het zijn vaak vragen: soms vragen die de kunstenaar zichzelf stelt, soms fragmenten uit songteksten (van Frank Zappa bijvoorbeeld), soms afkomstig uit de ‘Lastige vragen’ van Max Frisch. Die vragen hebben op het eerste gezicht niets met het (film)beeld te maken, maar toch ga je onvermijdelijk verbanden zoeken. Terwijl het in se vragen zijn die net over dat essentiële element in Clarysses oeuvre gaan: de relatie tussen het Ene en het Andere. “Are shadow and substance identical?” “Does reality equal appearance?” De vorm en zijn schaduw, realiteit en schijn: zijn ze gelijkwaardig? In de schilderijen zeker wel, net daar speelt Clarysse met de hiërarchie van beelden en tekst. Vele beelden verwijzen naar films van Alfred Hitchcock en Wong Kar-wai, net regisseurs die in hun oeuvre ook altijd met de dubbelheid van het beeld geëxperimenteerd hebben.

De reeks ‘Ecce Homo – Is evil of great importance to the good?’ is ontstaan door de ervaringen die de kunstenaar voorjaar 2006 had in het Semana Santa-gebeuren in Zuid-Spanje. De beelden van de traditionele processie zijn geschilderd alsof de kunstenaar een ‘shoot’ van het hele gebeuren heeft gemaakt. We zien de processie, de loodzware, kunstig uitgesneden houten draagplatforms (soms ware kathedralen), de lijdende Christusfiguur, de vrouwen met de mantilla, de processieklederen… . Onmiskenbaar zit hier weer die typische Clarysse-dichotomie in vervat: deze werken verwijzen naar de religiositeit, het problematische van het geloof en zijn uiterlijke tekenen, maar tegelijk ook naar pijn en geweld: sommige beelden lijken te verwijzen naar het Ku Klux Klan-gebeuren in het Zuiden van de Verenigde Staten. Dat effect wordt nog versterkt door de kleine portretten van vier zwarte kinderen, vermoord in 1968 door een lid van de Ku Klux Klan.
En zo komen we uiteindelijk bij de bottom line van de schilderkunst van Johan Clarysse: dit werk toont niét zomaar wat je ziet, het reikt verbanden en allusies aan waarmee de kijker zelf de film van beelden Kan/mag/moet (re)construeren. De typische vlakke schilderstijl van Clarysse, gecombineerd met het vale kleurgebruik versterkt nog het effect dat je met deze ‘voor’beelden zelf aan de slag moet. Net als de twee-, drie- of meerluiken die ook geregeld opduiken, als stukjes van een puzzel.

Clarysse stelt intrigerende vragen, verleidt de kijker om zelf actief om te gaan met ‘het statuut van het beeld. Precies daar ontmoeten kunstenaar en kijker elkaar, elk met hun eigen verhaal, dat nooit het Ene en het Ware is, maar het Ene en het Andere.

 

Hidden Agenda presents Clarysse’s artistic output of the past seven years, in which concepts of identity construction, communication and non-communication are key, along with the drives and aspirations of the condition humaine. Clarysse’s figurative paintings display a layered, hybrid imagery that questions and researches the ambiguity proper to human nature. His paintings tease and confuse, destabilize well-known images and themes, giving them power and force. Thus an oeuvre is created that is both playful and serious, clear and equivocal, subdued and intense.


 

 

Clarysse Johan

image

Contact:

Artgalerie S&H De Buck
Hermine De Groeve
Zuidstationstraat 25 | 9000 Gent | Belgium
+32 (0)9 225 10 81 | sdebuck@skynet.be

Opening hours:

from 15h - 18h.
and on appointment
closed:
sundays, mondays & tuesdays

Permanent :

Hedendaagse juwelen en zilveren ontwerpen
van de hand van Siegfried De Buck

» www.siegfrieddebuck.be