Info

IN PERMANENTIE

DEELNAME Tentoonstelling  SENTIMOS-Portretten en Landschappen van 2 september tot 9 oktober met 18 kunstenaars zie layout op 9 oktober van 11 u tot 18 u deelname Matinees


Tentoonstelling :  samen met Samantha Sweeting (Londen) 10 april  tot 3 mei 2015

Les Espaces Autres

Philip Henderickx & Samantha Sweeting

Deze tentoonstelling van Philip Henderickx & Samantha Sweeting is genoemd naar een lezing van de Michel Foucault, Des espaces autres. Hierin beschrijft de Franse filosoof de ‘héterotopie’ als een plaats waar de verschillende sferen uit de cultuur én gerepresenteerd én in vraag gesteld worden. In tegenstelling tot utopieën bestaan heterotopieën - zoals heilige en verboden plaatsen - ook in de werkelijkheid.De heterotopie is een andere plaats,een overgangssituatie of met de woorden van Foucault ‘un lieu de nulle part'. Als voorbeelden noemt hij het psychiatrisch hospitaal, het hotel waar de bruid op huwelijksreis ontmaagd wordt en het kerkhof maar ook de kermis, het museum en het vakantiedorp.

Wie de hele wereld rondreisde en bekeek, heeft niet noodzakelijk veel gezien. Wie op zoek is naar iets anders, moet op een nieuwe manier leren kijken. Het zou een intentieverklaring kunnen zijn van kunstenaar Philip Henderickx. Niet alleen getuigen zijn schilderijen en installaties van een eigenzinnige en soms vreemde blik op de dingen,ook vormen het kijken, de uitzichten en de vertes een terugkerend thema in zijn werk. Waar Philip Henderickx in het verleden scherpte nastreefde in zijn surrealistische portretten, tracht hij in deze reeks de essentie van het beeld te vatten in zachtere lijnen.

Centraal in de tentoonstelling Les Espaces Autres staat zijn reeks werken van gezonken schepen uit vorige eeuwen. Deze onvergankelijk gewaande vaartuigen worden als een vloot van vergane glorie gepresenteerd. Maar er lijkt iets te haperen aan hun grandeur: de schilderijen hangen niet recht. Meer zelfs,het lijkt wel alsof ze zich nauwelijks waarneembaar over imaginaire golven bewegen.

De Londense kunstenares Samantha Sweeting reageert op de boten van Philip Henderickx met nieuw werk waarin zelfmoord en verdrinking het thema vormen.

Samantha Sweeting is een interdisciplinaire kunstenares die zich laat inspireren door herinneringen, mythes, vrouwelijke iconografie, sprookjes en folklore. Haar werken zijn hierdoor  een samenspel van herkenning en vervreemding, maar maken steeds emoties los. Samantha Sweeting interpreteert Des Espaces Autres eerder als psychologische plaatsen waar de isolatie en de droom regeren. 

 

Aan het eind van zijn lezing haalt Foucault de boot aan als ‘l’héterotopie par excellence’. De boot is een drijvend stuk ruimte, een plaats zonder plaats die op zichzelf bestaat en afgesloten is maar tegelijkertijd overgeleverd is aan het oneindige van de zee. De boot vaart van haven naar haven, van oever naar oever, van bordeel naar bordeel, tot aan de kolonies. Het schip is sinds de zestiende eeuw voor de Westerse beschaving niet enkel het belangrijkste instrument voor economische ontwikkeling maar vooral: de grootste reserve aan verbeelding. In beschavingen zonder boten drogen de dromen op, neemt spionage de plaats in van avontuur en de politie deze van piraten.

The bath tub holds on ocean.

De boten zijn terug overgenomen door de zee.

 

Frederik De Preester 2015

 

 

 

 

Featuring the figurative paintings and drawings of an artist from Belgium who works in a primarily monochrome style.

Philip Henderickx 1976 is a Belgian contemporary artist (painter)
Henderickx was born in Burkina Faso & spend his childhood in Burkina Faso, Togo & Ethiopia
Studied in the academy of fine arts in Ghent & Sint Lucas in Brussels after his studies in 1998 he left Belgium to work & live for 10 years in Asia.
Henderickx work is figurative and makes extensive use of techniques from photography. His palette usually tends toward monochrome & shades of grey. Subjects of his paintings are his childhood relation to Africa, his catholic education and his new home Belgium.
Henderickxs lives and works in Ghent.

 

PHILIP HENDERICKX 

Portrait Vivant
Het beeldend werk van Philip Henderickx presenteert zich als een zoektocht naar het punt waarop een bepaalde realiteit in haar tegendeel omslaat en er zich een andere, mogelijke werkelijkheid aandient. Het punt dus waarop de ene voor de andere realiteit wordt verruild, waarbij die laatste ons enigszins vraagwekkend en verontrustend toeschijnt. Dat het om een zoektocht gaat, is af te leiden uit de verschillende operaties die Henderickx op het herkenbare uitvoert. Er wordt geen precieze methode bij herhaling toegepast, veeleer wordt er op een weergegeven realiteit ingegrepen door juxtapositie, toevoeging, weglating, serialisering, en uitvergroting, waardoor een schijnbaar vanzelfsprekende realiteit minder aannemelijk wordt. De kijker wordt hierbij een gegeven realiteit ontnomen en krijgt er een levensechte droom voor in de plaats.
Ondanks de diversiteit aan ingrepen op verschillende onderwerpen, keren ogen in veel werken terug. Ogen waarvan men zich kan afvragen of ze iets zien, en zo ja, wat er dan, al dan niet buiten het kader, te zien valt. Soms starende ogen die met nadruk iets lijken te willen; soms sprekende ogen waarvan de boodschap niet alleen geluidloos maar ook betekenisloos blijft. Het menselijk portret functioneert hierbij als een spiegel waarbij men het weerkaatste beeld mooi, interessant, of herkenbaar kan vinden, maar tegelijk niet omheen dat opake punt van de blik kan. Dit laatste suggereert in zijn afgescheiden zijn van – niet alleen van de toeschouwer, maar ook van het lichaam waarvan die ogen deel uitmaken – isolement en vervreemding. Hier opent zich een ruimte waarin de toeschouwer zijn angsten en verlangens op de grens van verzinnebeelding ziet.
In de obstructed portraits is de blik er geen van verstandhouding en betekent die evenmin een uitnodiging tot comfortabele spiegeling. De portretten weigeren zich te tonen. Ogen kijken vanuit en voorbij een masker naar een punt dat alleen voor scheelogigen voorstelbaar is, worden verhuld door een oogbolgrote bel, of schijnen ijskoud geloken in zichzelf gekeerd te zijn. Dit obstakel dat wederkerigheid verhindert, opent op de noodzakelijke illusie waarmee langs een vergeten omweg een mens wordt gezien.
Dat het om de fantasie van de toeschouwer gaat, wordt op een nog meer concrete manier duidelijk gemaakt door de sculpture vivante AAIH. Het hert beantwoordt aan een behoefte tot contact en communicatie, maar in de mate dat het hert daaraan zal beantwoorden, zullen er ook meteen voorbij die behoefte vragen oprijzen: wat wil het hert van mij? wat denkt het? denkt het wel? wat verlang ik als ik me tot iemand richt en hoe is het mogelijk dat een zeer menselijke nood ook door een levenloze constructie van pluche en bedrading kan worden gelenigd? en wanneer niemand luistert, welke woorden vertrouw ik haar toe? *
Waar Henderickx eerder een verdraaide weergave van de werkelijkheid presenteerde, wordt nu in diezelfde werkelijkheid op directe manier ingegrepen; waardoor enkele onderzoeksvragen nadrukkelijker worden gesteld. Waar ligt de grens tussen het vertrouwde, herkenbare en werkelijke, en het tegendeel daarvan? Door welke strategie wordt die grens bepaald en gehandhaafd? En wat als de onwerkelijkheid van een artificieel hert meer werkelijkheid oplevert dan ons lief is?
Een hert is weliswaar geen huisdier en de mens minder nabij dan kat en hond, maar eveneens bevolkt het een vergeten, kinderlijke sprookjeswereld. In die zin is het hert ons weinig vertrouwd en tegelijk heel nabij, want appelerend aan een emotionele laag waar de dieren spreken, van ongetemde goedheid getuigen, en ons bijstaan zoals alleen een nobel hert dat kan.

• het hert zal consultaties houden op 19 nov + 26 nov + 17 dec + 23 dec + 29 dec 2011 van 15 tot 18 u
• Dominiek Hoens
Dominiek Hoens doceert kunstfilosofie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent, hij is tevens adviserend onderzoeker aan de Jan van Eyck Academie en mede-oprichter en redacteur van S - het tijdschrift van de Jan van Eyck cirkel voor Lacaniaanse ideologiekritiek.
 

Philip Henderickx
De kunstenaar, een gebruiksaanwijzing

Philip Henderickx is geen kunstenaar.
Althans, hij houdt ervan te zeggen dat hij geen kunstenaar is. Maar misschien is het beter hem niet op zijn woord te geloven. Een dergelijke uitspraak doen wanneer men elke dag schildert is immers een beetje vreemd. Het is het soort vreemdheid van een Magritte die een pijp schildert en daar vervolgens onder schrijft dat het toch geen pijp is.
‘Graag zou ik de rol van kunstenaar door iemand anders laten spelen’, voegt Henderickx er even graag aan toe. 
Welke aanwijzingen voor deze openstaande rol kunnen we halen uit zijn werk? Welk levensverhaal kunnen we verzinnen voor die fictieve ander die wel een kunstenaar is? Uit welke personages bestaat hij? 

De archivaris
Het eerste wat in het oog springt wanneer we de schilderijen na elkaar bekijken, is de aanwezigheid van mysterieuze lettertjes, meestal in de rechter benedenhoek als een soort signatuur, maar soms ook centraal op het doek zoals bij V. the big V (2006) waar een silhouet van een man naar een hoofdletter ‘V’ op de horizonlijn kijkt.
De werken lijken deel uit te maken van een reeks die alfabetisch geordend is. Of misschien is het zo dat de kunstenaar in zijn werk bepaalde aspecten van zijn leven tracht te archiveren. Komen terug: Afrika, het menselijke lichaam, machines, deprimerende grijze uitzichten en gezichten met vreemde, grote ogen.
Laten we dus de fictieve kunstenaar P. geboren worden in het Afrikaanse land Burkina Faso en meer bepaald in de stad met de prachtige naam Bobo Dioulasso. Hij brengt zijn kinderjaren door in Burkina Faso, Ethiopië en Togo. Zijn vader is arts en de jongen kijkt met grote ogen naar de plaatjes in de medische boeken van vader J. Het reizen en het observeren zullen als rode draad doorheen zijn verdere leven blijven lopen.
We laten hier de kunstenaar de uitspraak doen: ‘Als er één geur, één plaats is die me herinnert aan ‘thuis’, dan is dit Afrika’.   

De reiziger
Na zijn Afrikaanse kindertijd verhuist P. met zijn familie naar België. De herinnering aan de Afrikaanse kleuren en landschappen doen hem dit land als grijs en eentonig ervaren. Op zijn twaalfde besluit P. kunstenaar te worden en volgt kunsthumaniora in Brussel en academie in Gent. Onder het pseudoniem ‘Morph’ – ‘hij die een vorm zoekt’ - maakt hij tekeningen, installaties en performances.
Rond zijn twintigste reist hij zijn geliefde C. achterna naar haar thuisland Brazilië waar hij in enkele maanden tijd een pas verkregen erfenis opmaakt. Terug in België wordt hij gekweld door de herinnering aan zijn onmogelijke verre liefde en even later vertrekt hij naar India. Tussen zijn twintigste en zijn dertigste werkt hij in Azië als gids, reisorganisator, hotelmanager, uitbater van een guesthouse en productieleider van populaire televisieprogramma’s. Hoewel hij beweert geen kunstenaar meer te zijn, blijft hij in die periode voortdurend foto’s maken.
We laten de kunstenaar hier de uitspraak doen: ‘Hoe zou ik nog kunstenaar kunnen zijn als India en Nepal vol staan met installaties en het leven hier een aaneenschakeling van performances is?’

De Belg
Rond zijn dertigste keert P. terug naar België. De continenten zijn in kaart gebracht maar de horizon bleek onbereikbaar. Hij begint opnieuw te schilderen. P. inventariseert en bewerkt in hoog tempo impressies uit de voorbije dertig jaar. De doeken vertrekken vaak van een foto die hij soms eerst bewerkt op computer, vervolgens print en overschildert. Andere werken zijn meer grafisch van opzet maar zitten vol symbolen.
Uiteraard komen de vroege herinneringen aan Afrika terug in F. Impression d’afrique (2007) en I.Dipenda (2007). Het eerste doek is gebaseerd op een gevonden oude foto van de slavenmarkt waarop een rij zwarte vrouwen als vee klaarstaan om bekeken, betast en verkocht te worden. Het tweede werk toont een lachende Afrikaan in maatpak, het koloniale cliché van de immer vrolijke én gedienstige zwarte.
Daartegenover staan de Belgische indrukken M. sanseveria (2006) en G. zondag 11.00 am (2007). M. toont een vreemd blauwachtig fragment van de plant die menige Belgische vensterbank siert en G. geeft een witgrijs dak weer met daarop vijf gelijke schoorstenen met monotone slagschaduw.
Welke plaats het meest exotisch is, wordt niet duidelijk. Waar de kunstenaar thuis is, blijft een raadsel. ‘Ik voel mij Afrikaan, Belg noch Indiër’ zou hij kunnen zeggen of ‘Het zoeken naar een thuis is een rode draad in mijn werk’.
Maar toch is hij een echte Belg. De identiteit van dit kleine land is immers net het gebrek eraan. België is een gehucht tussen Noord- en Zuid-Europa, het kunstmatige land bij uitstek, de hoofdstad van Brussel.
De schilderijen A. nothingness (2006), T. l’Arbre automatique (2006) en V. the big V (2006) hebben iets van een Magritte on Photoshop. Ze zijn gestileerd, surrealistisch en mysterieus. Het lijkt alsof de man met de bolhoed op V. aarzelt of hij de uitgezette stippellijnen naar de horizon zal volgen of zich omdraaien en terug keren. De onbereikbare ‘V’ krijgt iets dreigends, de skyline is de ultieme verte die zich steeds verplaatst, net als het verlangen. Mocht men dit punt effectief bereiken, zou de wereld zijn perspectief en betekenis verliezen.
We halen hier de volgende uitspraak van P. aan: ‘Wanneer je ergens naartoe vertrekt, denk je iets anders aan te treffen. Maar vlak voor het vliegtuig gaat landen, lijkt alles hetzelfde. Je komt steeds opnieuw jezelf tegen.’   

De ziener
Wie de hele wereld rond reisde en bekeek, heeft niet noodzakelijk veel gezien. Wie op zoek is naar iets anders, moet op een nieuwe manier naar de wereld kijken. Het zou een intentieverklaring kunnen zijn van kunstenaar P. Niet alleen getuigen zijn foto’s en schilderijen van een scherpe en eigenzinnige blik op de zaken, ook vormen de ogen en het kijken een belangrijk thema in zijn werk.
Het meest treffend is het doek T2. Pheme (2007): een fragment uit een massa mensen die naar hetzelfde punt buiten beeld kijken. Waar ze naar kijken blijft een mysterie, we zien enkel dat ze kijken en dat ze vreemde brillen dragen met grote ogen op de glazen geschilderd.
O. Talk (2007) toont een priester met dezelfde onnatuurlijke, grote ogen en uitgevlakte mond. Deze pastoor met dichtgegroeide mond kan het woord niet langer verspreiden. Hij is veroordeeld tot luisteren en vooral kijken. ‘Misschien dat hij de dingen nu op een meer spirituele manier gaat zien’, zou P. eraan kunnen toevoegen. Het verklaart ook de fascinatie van de kunstenaar voor bomen en andere stille wezens als vissen: ‘Bomen zonder bladeren hebben iets menselijks, ze ademen en bewegen maar ze spreken niet. Een boom maakt eeuwigheden mee maar vertelt er niet over. Of misschien verstaan we ze gewoon niet.’ Op T. L’Arbre automatique (2006) staat dan ook een kale, door tandwielen aangedreven boom, die de letter ‘A’ voort brengt.
Een sleutelwerk waarin verschillende lijnen samen komen is Q. Joseph Henderickx (2007). Ook hier die bolle vissenogen die het portret zo bevreemdend maken. Het is gebaseerd op een foto van zijn vader toen die ongeveer tien jaar oud was. De vader die met zijn wetenschappelijke doktersblik Afrikaanse vrouwen onderzocht op ziektes, de reizende dokter van wie de laboratoriumboekjes nog steeds als inspiratiebron voor P. dienen. De kleine jongen die enigszins onwennig bij een openliggend boek poseert, reikt nog niet tot aan de helft van dit grote doek. Achter hem doemt een grote donkere schaduw op die qua vorm niet overeenstemt met de houding van het jongetje. Vraag is of dit geen verdoken zelfportret is met op de achtergrond het silhouet van vader J. als mythische voorganger en vertrekpunt.      

De speler
Een belangrijke aanwijzing voor wie de rol van kunstenaar P. wil invullen is het dubbelzinnige en het speelse van de figuur.
Wanneer we hem zouden vragen of Magritte een inspiratiebron is, zal hij dit ontkennen maar later in het gesprek ongevraagd vertellen dat hij er - net als Magritte - van houdt om te schilderen in driedelig pak in zijn woonkamer in plaats van in besmeurde schildersoverall in een wanordelijk atelier.
Wanneer we hem zouden vragen of de man op J. L’M Modernist (2007)cocaïne aan het snuiven is zal hij antwoorden dat dit helemaal niet zeker is, dat het misschien een man is die last heeft om te ademen en daarom een rietje moet gebruiken. Of dat het misschien gewoon iemand is die graag de letter ‘M’ snuift en elke nacht naar buiten komt om M te snuiven.
In dezelfde adem zou hij eraan toevoegen dat hij het misschien zelf niet weet, dat wanneer hij het zou kunnen uitleggen of opschrijven, hij het dan niet meer zou moeten schilderen. Of dat hij enkel een aantal hints geeft en dat de toeschouwers zijn werk moeten ‘adopteren’ en er een eigen verhaal aan verbinden.
Voor Y. equilibre (2006) schildert hij dan ook een grote strandbal op een grijze achtergrond. De strakke verdeling van deze speelbal in kleurvlakken verwijst naar de kleurboeken met tekeningen waarvan de contouren uitgezet zijn en het enkel nog wachten is op kinderen om de juiste kleuren in te vullen. ‘Dit werk draait rond het spelen met interpretaties’, zou hij eraan toevoegen.
En om hem een laatste keer te citeren: ‘Schilderen is een performance die je voor jezelf doet’.
Het werk van Philip Henderickx doet ons vermoeden dat hij zelf kandidaat is om de rol van kunstenaar P. te spelen. Meer zelfs, we verdenken hem ervan zelf een kunstenaar te zijn.

Frederik De Preester
Gent, zomer 2007 

Philip Henderickx
The artist, a user’s manual

Philip Henderickx is not an artist.
At least that is what he likes to claim. But maybe we’d better not take his word for it. After all, it is rather strange that we should hear this from a man who paints every single day. A strangeness similar to Margritte’s painting a pipe and saying that “this is not a pipe”.
‘I’ d rather have someone else play the artist,’ says Henderickx. 
So what indications for this vacant role can we find in his work? What life story could we make up for this fictitious person who ís an artist? What characters does he incorporate? 

The archivist
A remarkable feature in each of the paintings is the presence of mysterious small letters, usually as a kind of signature in the bottom right corner, but sometimes also at the centre of the canvas, as in V. The Big V (2006) where the silhouette of a man looks at a capital ‘V’ on the horizon.
The works seem to form an alphabetically ordered ensemble. Maybe the artist has found in his creativity a chance to archive certain aspects of his life. Recurrent themes are: Africa, the human body, machines, depressing and grey views, and faces with strange, big eyes.
Let us assume that the fictitious artist P. is born in 1976 in the African country of Burkina Faso, more precisely in a city with the beautiful name Bobo Dioulasso. He spends his childhood years in Burkina Faso, Ethiopia and Togo. His father is a doctor and the little boy spends many hours staring with wide open eyes at the pictures in father J.’s medical books. Travelling and observing will continue to run like a thread through his life.
P.: ‘If there is one smell, one place that reminds me of ‘home’, it’s undoubtedly Africa’.

The traveller
After P.’s African childhood the family moves to Belgium. Compared with the colours and landscapes of Africa, this country makes a grey and dull impression on the boy . At the age of twelve P. decides to be an artist. He attends art school in Brussels and  Ghent. Under the pseudonym ‘Morph’ – ‘he who is searching for shape’- he makes drawings and creates installations and performances.
Around the age of twenty he follows his beloved C. to her homeland Brazil where he spends a newly acquired inheritance in only a few months’ time. Back in Belgium he is tormented by the memory of his impossible, far-away love, and soon after his return he travels to India. Between the ages of twenty and thirty he works in Asia as a guide, a tour operator, a hotel manager, a guesthouse owner and a producer of popular television programmes. Although he claims not to be an artist any longer, he continues to take photographs unremittingly.
P.: ‘How could I be an artist when India and Nepal are covered with installations and life in these places is one big chain of performances?’

The Belgian
P. is approximately thirty years old when he and his bride B. move back to Belgium. The maps of the continents have been drawn, but the horizon has proved unreachable. Again, P. starts to paint, listing and re-editing impressions from the past three decades. The works are often based on photographs which are first computer-processed, then printed and repainted. Other works are more graphic, but full of symbolism.
Obviously the early memories of Africa reappear, as in F. Impression d’Afrique (2007) and i.Dipenda (2007). The former is based on a found old photograph of a slave market, showing a row of African women ready to be inspected, felt and sold as if they were cattle. The latter painting shows a laughing black man wearing a suit, the colonial cliché of the ever-happy ànd obliging African.
Quite different are the Belgian impressions M. Sansevieria (2006) and G. Sunday 11:00 am (2007). M. shows a strange, bluish detail of a sansevieria - a pot plant that decorates many a Belgian windowsill - whereas G. offers a view of a light-grey roof with five identical chimneys and their monotonous cast shadows.
Which place is the most exotic, remains unclear. The question as to where the artist feels most at home, remains unanswered. P.: ‘I think of myself as neither an African nor a Belgian or an Indian’ and ‘The search for a home is an ever-present element in my work.’
Still, he is a true Belgian. After all, if anything’s typical of a Belgian identity, it’s the lack of identity. Belgium is a small village between Northern and Southern Europe, the ultimate artificial country, for many foreigners ‘the capital of Brussels’.
The works A. Nothingness (2006), T. l’Arbre Automatique (2006) and V. The Big V (2006) have a touch of Magritte on Photoshop. They are stylized, surrealistic and mysterious. It seems as if the man with the bowler hat in V. is hesitant whether to follow the dotted lines toward the horizon or to turn and walk back. There is something of a threat about the unreachable ‘V’, the skyline is the ultimate distance that keeps moving further, as does desire. If one were to reach this point indeed, the world would lose its perspective and its meaning.
P.: ‘Whenever you leave for some other place, you think you will find something different there. But just as the plane is about to land, everything seems to be the same. It’s always yourself that you find.’   

The seer
He who has travelled and looked at the whole world, has not necessarily seen much. He who is in search of something new, must try and look at things in a new way. It could be a mission statement of the artist P. Not only do his photographs and paintings reveal his sharp and independent view of the world, there is in his oeuvre also the important theme of eyes and seeing.
Perhaps the most striking example is the work T2. Pheme (2007): a fragment from a crowd of people looking at the same point ‘off screen’. It is impossible to find out what they are looking at, all we see is that they are watching and that they are wearing weird glasses, with wide open eyes painted on the lenses.
O. The Subjugated Priest (2007) shows a priest with similar unnaturally great eyes and his mouth wiped out. He can no longer spread the word and has been sentenced to listen and above all watch. P.: ‘Maybe it will give him the chance to see things in a more spiritual way’.
It explains the artist’s fascination for trees and other silent creatures, such as fish: ‘Trees without leaves are a bit like humans, they breathe and move but they don’t speak. Trees live through eternities, but don’t say much about them. Or maybe we simply don’t understand.’ T. l’Arbre Automatique (2006) shows a bare tree, driven by gearwheels and producing the  letter ‘A’.
A key work, in which several lines meet, is Q. Joseph Henderickx (2007). Here, too, we find a portrait with bizarre and fish-like protruding eyes. The work is based on a photograph of his father aged about ten years. The father, whose trained eye examined African women for diseases; the travelling doctor, whose laboratory books continue to be a source of inspiration for P. The small boy, posing somehow uneasily with an open book, hardly comes up to the middle of the large canvas. Behind him appears a big, dark shadow, the shape of which does not correspond to the posture of the boy. The question remains whether this might be a hidden self-portrait with the silhouette of father J. in the background, as a mythical predecessor and point of departure.      

The player
An important clue for whoever should want to play the role of the artist P. is the ambiguity and playfulness of the character.
Were we to ask him whether Magritte has been a source of inspiration, he would deny it, yet further on in the conversation he would tell us spontaneously that he – just like Magritte – loves to paint all dressed-up in a three-piece suit rather than wearing paint-stained overalls.
Were we to ask him whether the man in J. L’M Modernist (2007) is sniffing cocaine, he would tell us that this is not at all sure, that maybe he has trouble breathing and therefore needs a straw. Or that maybe this is just someone who loves sniffing the letter ‘M’ and goes out every night to sniff M.
He would tell us in the same breath that maybe he himself doesn’t know the answer - for if he knew, if he could explain or write it down, why should he have to paint it anyway? Or that he is only dropping a few hints and that the audience should ‘adopt’ his work and make up stories of their own.
Y. Equilibre (2006) shows a large beach ball against a grey background. The rigid division of the surface reminds us of the contour drawings in colouring books, waiting for children to fill in the right colours. ‘This work is about playing with interpretations’, is what he would add.
To quote the artist one last time: ‘Painting is a performance that you do for yourself’.
The works of Philip Henderickx nearly make us believe that he himself might volunteer for the role of the artist P. What’s more, we suspect Philip Henderickx of being an artist.

Frederik De Preester
Ghent, summer 2007  

Translation: Lode Demetter

 

 
 Analfa Belge
Tekeningen en schilderijen van Philip Henderickx
Galerie De Buck, 10 april – 2 mei 2009

Philip Henderickx (Bobo Dioulasso, Burkina Faso, 1976) is een Belgisch schilder en beeldend kunstenaar. Hij woont en werkt in Gent en de rest van de wereld. 
Het eerste wat in het oog springt wanneer we de tekeningen en schilderijen van Henderickx na elkaar bekijken, is de aanwezigheid van mysterieuze lettertjes, meestal in de rechter benedenhoek als een soort signatuur, maar soms ook centraal op het doek.
De werken lijken deel uit te maken van een reeks die alfabetisch geordend is. De kunstenaar archiveert in zijn werk bepaalde aspecten van zijn leven. Komen terug: Afrika, het menselijk lichaam, machines, deprimerende grijze uitzichten en gezichten met vreemde, grote ogen. Zijn vader Joseph is arts zonder grenzen en Henderickx brengt zijn kinderjaren door in Burkina Faso, Ethiopië en Togo. Het reizen en de haast klinische observatie zullen ook in zijn verdere leven de rode draad vormen.
Na zijn Afrikaanse kindertijd verhuist Henderickx met zijn familie naar België. De herinnering aan de Afrikaanse kleuren en landschappen doen hem dit land als grijs en eentonig ervaren. Op zijn twaalfde besluit hij kunstenaar te worden en volgt kunsthumaniora in Brussel en academie in Gent. Onder het pseudoniem ‘Morph’ maakt hij tekeningen, installaties en performances.
Tussen zijn twintigste en zijn dertigste werkt hij in Azië als gids, reisorganisator, hotelmanager, uitbater van een guesthouse en productieleider van populaire televisieprogramma’s. Hoewel hij beweert geen kunstenaar meer te zijn, blijft hij in die periode voortdurend foto’s maken.
Rond zijn dertigste keert Philip Henderickx terug naar België waar hij opnieuw begint te schilderen. Hij inventariseert en bewerkt impressies uit de voorbije dertig jaar. De doeken vertrekken vaak van een foto die hij eerst bewerkt op computer, vervolgens print en overschildert. Andere werken zijn grafischer, maar zitten vol symbolen. Uiteraard komen de vroege herinneringen aan Afrika terug maar daartegenover staan de Belgische indrukken. Welke plaats het meest exotisch is, wordt niet duidelijk. Waar de kunstenaar thuis is, blijft een raadsel.
In Analfa Belge toont Philip Henderickx zich als archivaris van zichzelf, wereldreiziger én Belgisch kunstenaar. Zijn recente portretten zijn archaïsch, bijna archetypisch en geven het gevoel deel uit te maken van ons collectief geheugen. De ingrepen van de schilder op ogen, mond, neus en oren verstoren echter het vertrouwde van deze beelden. Henderickx gaat met zijn penseel te werk als een plastisch chirurg met een absurd gevoel voor humor. Zijn doeken zijn unheimliche stills uit de nooit gedraaide film van een 21ste eeuwse Buñuel. 
 

DE KOE EN HET HERT

Is artificiële intelligentie de (ware) toekomst? Kan artificiële intelligentie het IQ meten? Maar welk IQ? Dit voor het bedrijf? Voor oorlogsvoering (waar de allereerste IQ-testen voor dienden)? Of is het een spielerei? Deze vragen schuilen wel degelijk in het (kunst)project van Philip Henderickx. Kunst stelt tenslotte vragen. Over de samenleving. Over de rol van techniek in deze samenleving. Alsook in het leven van het individu. Vandaar dat dit nieuw project van Philip Henderickx zowel het pratende hert als de rondrijdende (rondwandelende) koe behelzen.
De rol van het esthetische en het louter functionele worden hier met elkaar geconfronteerd. De koe is uiteindelijk een robot (in de huid van een koe) die zich door de ruimte verplaatst. De vraag die zich meteen stelt is: voel ik me eenzaam? Heb ik nood aan een rondkuierende koe in mijn leefwereld om mijn leven zin te geven? Om mijn eenzaamheid op te fleuren? In de galerie betreedt de bezoeker uiteraard de leefwereld van de koe. De koe confronteert de bezoeker met diens leefwereld. Maar nooit agressief of confronterend. De kunstenaar zoekt uiteindelijk wel naar een confrontatie. Naar een vraagstelling. Is artificiële intelligentie, is een robot, dé oplossing voor eenzaamheid. In hoever kan een machine uiteindelijk aan de menselijke behoeften voldoen. Beschikt deze machine over emoties? Kan die machine –in de vorm van een koe- emoties genereren? Dit zijn uiteraard niet de vragen die de wetenschap zich stelt. En dit behoort ook niet tot hun domein. Maar wel tot het domein van de kunstenaar of de filosoof. De koe geeft melk. Geeft ze tevens aanleiding tot meevoelen? Tot meeleven?
Ook het hert gaat een rechtstreekse confrontatie met de bezoeker aan. Het hert spreekt U namelijk aan. Niet omgekeerd. De opgezette hertenkop (u kent ze wel; die trofeeën in het interieur van de zogenaamde jager) praat en is zelfs bereid om een conversatie met u aan te gaan. Uiteraard is de hertenkop in zijn huidig stadium –die we gemakshalve het alfa stadium noemen- beperkt in kennis en kan bijgevolg nog geen echt geanimeerd gesprek voeren over bijvoorbeeld: literaire stromingen, de stand van zaken in de kankerbestrijding of beursvoorspellingen doen. Maar dit is evenwel geen toekomstmuziek. De uitwerking van deze alfa versie straalt (nog) meer persoonlijkheid uit en kan wel degelijk op vele vragen antwoorden. Met andere woorden: de interactie is zo goed als volmaakt. En zeg nu zelf: wat is aantrekkelijker? Tegen een computerscherm praten. Of een onderhoud hebben met een (geanimeerde) hertenkop? Maar ook hier stelt zich de vraag: vervangt de pratende en geanimeerde hertenkop the real thing, namelijk: de mens?
Voorgesteld in een galerie hebben de hert en de koe surrealistische kwaliteiten. Maar zoals de surrealisten het bijna een eeuw geleden deden, drukt ook Philip Henderickx een vinger op de realiteit, op een (prangende) vraag binnen de huidige samenleving om eenzaamheid en de onweerstaanbare drang naar (menselijk) contact in te vullen via artificiële intelligentie. Kan de computer of de robot het menselijk leven –of leed als je wilt- invullen? Of hoe realiteit, fictie en metarealiteit bijzonder nauw bij elkaar aanleunen. Meer zelfs: wat ooit als irreëel, surrealistisch of science fiction klonk, is nu wel degelijk werkelijkheid.
We kijken dan ook reikhalzend uit naar dit intrigerend project. In november van dit jaar in Galerie S&H De Buck, Gent. Eind 2012 in het S.M.A.K. en Vooruit Gent.

Piet Goethals
Recensent Knack-Focus




 

Henderickx Philip

image

Contact:

Artgalerie S&H De Buck
Hermine De Groeve
Zuidstationstraat 25 | 9000 Gent | Belgium
+32 (0)9 225 10 81 | sdebuck@skynet.be

Opening hours:

from 15h - 18h.
and on appointment
closed:
sundays, mondays & tuesdays

Permanent :

Hedendaagse juwelen en zilveren ontwerpen
van de hand van Siegfried De Buck

» www.siegfrieddebuck.be