Info
IN PERMANTIE
TENTOONSTELLING: "Le temps de réponse" uit de reeks "Que Chose Soit" 30 MAART 2012 TOT 28 APRIL 2012
Reniere&Depla
Que chose soit! (2011)
Lissabon, 1 juni 2011, 16u.48, JPEG L 1050151
In Belem kabbelt rustig de Taag, aan de oever worden de grijze keien nat en kleuren zwart door het voorbij stromende water. We wandelen rondom het praalgraf van Vasco da Gamma in het Hiëremonietenklooster. De lucht is koel, de tegels vertonen slijtsporen van talloze sloffende pelgrims, kloosterlingen en toeristen. Het graf is statig: een liggende oude man met lang gewaad en dode, slapende ogen. Ons oog dwaalt langs de in gebed samengehouden handen, de fijne enkels, de spitse rechtopstaande voeten, naar een onooglijk klein ornament iets verderop, een futiele versiering aan een zuil. Het bijna avondlicht en het schemer van onze eigen voorovergebogen schaduw brengt alles terug tot zijn essentie.
We fotograferen, discreet, dit kleine fragment en verlaten de Jeronimos kloosterkerk.
In het atelier zal, maanden later, dit moment dat een onverschilligheid blootlegde, de aanzet geven tot een vormgeven naar iets dat was, maar niet meer met dat moment verbonden is. Een nieuw beeld, een herinnering aan dingen die er nooit geweest zijn. Het vertaalt zich naar een wens, een gebod tot een derde persoon, tot een ruimte, tot een moment, een subjonctif impératif: que chose soit!
Wij hebben voor onszelf ruimte nodig, zowel in tijd als in plaats. Ons bewegend zoeken brengt ons naar verre of nabije locaties, waar we met een opzettelijke opmerkzaamheid ons blijvend verwonderen over de realiteit. Het snelle en onopvallende digitaal fotograferen, soms zelfs op plaatsen waar dit niet mag of hoort, geeft ons een grote vrijheid in het transporteren van beelden over tijd en ruimte heen. Terug in het atelier schenkt de ‘vergetelheid’ ons opnieuw de vrijheid om een totaal nieuw beeld op te bouwen.
Op het doek overstijgt het geschilderde het fotobeeld. In de schaalaanpassing en de handeling van het schilderen transponeren wij het gebeurde naar een nieuw zijn. De wereld van het benoemde beeld, van het anekdotische is door de schilderkundige handeling gereconstrueerd tot een beeld dat niemand nog kan zien; tot een herinnering aan de dingen die er niet zijn.
Hier zat Orpheus
In de woorden van Machiavelli:"De heerser moet geen ander doel nastreven, geen andere gedachte hebben, en geen andere kunst ontwikkelen dan zijn krijgsmacht." (N.Machiavelli.(1532) Il Principe.Hoofdstuk 15)
Het prinsendom is niet voor iedereen.Je fluwelen kussen is onaangeroerd en onversleten, geen afdruk van je rustende, heersende rug.Het ornament etaleert je misdaad:laksheid als heerser; liefde voor de prins zonder vrees wordt haat.Het ontzag van je luit overtrof de weelde en macht van je troon, een zitting, noemde je het, meer niet.
Machiavelli kijkt smalend op je neer.Mooie jongen met melancholische ogen: je verzuimde je macht, je verwaarloosde je intellect,je ontkrachtte je mogelijkheden.Impotente muzikant met lege woorden, Thracische prins uit een tragedie: je stoel is leeg.
Eleen Deprez Uit de bijhorende cataloog van: "Le Temps de réponse" uit de reeks" Que Chose Soit " 30/03/2012 tot 28/04/2012
“Zo ordenen zij hun wereld in scheve kadreringen waarin voorwerpen gestreeld worden door het licht. In de gesloten, aangevreten ruimtes die worden opgeroepen door hun schilderijen, zouden toeschouwers echter ook de wankele en onvaste wereld kunnen herkennen die ze zich vaag herinneren uit hun kindertijd, toen de dingen nog geen naam of vaste vorm hadden, of uit de wereld van hun dromen, waarin die onvaste wereld onbelemmerd doorgaat met bestaan.”
Hans Theys.
ik is een andere, willem elias
Reniere en Depla: Ik is een andere
Dat Reniere en Depla me aangezet hebben om me te vermeien in “ De Avonden” van Gerard Reve is een weldaad. In het boek gebeurt in feite niets. Het hoofdpersonage eet, drinkt, praat, ontspant zich en voert banale gesprekken met vrienden. Het best leert men hem kennen via wat hij denkt en niet uitspreekt. Van binnen uit bekeken worden we ons met mondjesmaat bewust van het feit dat deze gewone man een vreemde sujet is. Een vreemdheid die we delen. En die gepaard gaat met het besef dat het ik een verzameling dubbelgangers is die hun gang gaan. Uiterlijk gelijk, innerlijk variant. Uiteindelijk onkenbaar, noch door de ander, noch door zichzelf. Ik is een andere. Onbeschrijfbaar, zelfs niet in de oneindigheid van een juridisch of psychiatrisch dossier. De literatuur op zijn minst, suggereert het zijn. Ze wekt op wat het zijn zou kunnen zijn.
Het zelfde doet de schilderkunst van Reniere en Depla. De essentie wordt niet gezocht. Ze is er niet. En mocht ze er zijn, dan is ze vervelend. Ze is wat ze is dat ze is, een tautologie. Dat semiotici vlug verworden zijn tot muggenneukers, neemt niet weg dat ze ons geleerd hebben in te zien dat de denotatie oninteressant is. Het leven wordt boeiend bij de connotaties, de details en de wijze waarop contexten kleven aan tekens. Reniere en Depla schilderen dat soort contexten. Een lichaam of een object zijn zichzelf niet. Ze hebben zich verkleed door de tijd. Een sfeer heeft hen verhuld in betekenis. Een ding is geen ding. Het symboliseert stemming. Geen feiten, interpretaties. Daar leven we mee. Die zijn het leven. We hadden Nietzsche nodig om dat in te zien en ons te verlossen van Plato.
Reniere en Depla leggen schilderend gemoedstoestanden vast. De andere is de andere niet als hij niet voor iemand de andere is. Een ding is maar een ding als het de plaats krijgt in een ervaringswereld. Het ding geeft betekenis aan de wereld en de wereld aan het ding. Deze beide boodschappendragers paren voortdurend met elkaar. Zo krijgen de dingen een patina van betekenissen en verandert de wereld stap bij stap. Niet naar een toekomst, want het verleden wandelt mee, weliswaar met de onzekere tred van het geheugen. De melancholie voor het voorbije en de nostalgie naar wat geweest is, bepalen de ademhaling van het worden. Reniere en Depla wekken werelden op waarin dit mengsel aangelengd met de continue verwording, getoond wordt door het te verbergen. Achter het masker schuilt geen waarachtig aangezicht. Het gelaat is het masker, een van de vele. Reniere en Depla schilderen die wandelingen van het leven, oh zo breekbaar broos. Ingetogen, adembenemend leggen ze er de momenten van vast.
Ik heb dit soort eigentijds schilderen “neo-symbolistisch” genoemd, omdat er niet van de waarneming vertrokken wordt. Aanleiding is een denkproces. Een verwerken van de wereld. Een zoektocht naar de mens en zijn wereld. Een gekkenrit tussen de exuberantie van de tekens. Een labyrint van betekenisproducerende gegevens, zoals in een spookkasteel. Een object of situatie kan niet betekenisloos blijven omdat zowel aan- als afwezigheid symboliserend werken. De buitenwereld als projectiescherm van de binnenwereld. Autisme als alomtegenwoordig persoonlijkheidskenmerk.
Willem Elias
TEMOIGNER
DANS LA LIMITE DE LA PUDEUR
We didn’t found words,not even whispering. The things that once existed between these two people, this man and this woman, it does persist. It is a kind of listening between them to what is of priority. It is a custom that for centuries belongs to the world, but nevertheless flourishes more in the quiet cool of an olive tree, than in what we are used to call these days. What namely concerns them,sojourns, for them who really see, in nothing else than a particular way of intuit. What they show us, is first of all, an invitation to an inevitable look. Those who deserve an inside view into their images, expatiate on the drama às drama itself. It is, so to say, such as an African mother feels how live flows off her child. How the child dies in her womb. Riven by sorrow and despair, she get left. We remember the icon of the Pietà. But in the art of Reniere&Depla, such an image should in the mean time turn inside out. It should bring the Africa of our desire inside ourselves to life again.
Each drama that faces us on their way, appeals the mystic body in ourselves. Credo quia absurdum. This is what the art of Reniere&Depla does to us. These artists welcome the world as fugitive strangers. As Flemish-without-papers. More by touch than he who surely knows where the target is paved. It cannot be otherwise, they must have build a storehouse of shared memories. But where? I may say: in nothing else than in the ruins of what some call our Western civilisation. How their images sometimes touch the things in itselves to the point. Perhaps the expression ”to lay a finger on” should be the right term.Their art touches those who succeed to see. On the same time, their formation of the image skims narrowly along the open wounds of our political culture. Such as: the relics of the Great War, the powerless desolation of beauty, the fatality of Jewish harm in world history, how a landscape can look like just as abandoned as pregnant, the assumption of a family life in front of a destroyed house, say a home, but also that headstrong silence at mouth height, because ”in the beginning was the image”. (Joannes Késenne.)